woensdag 5 september 2012

Het gedrag van peuters

Peuters worden soms ook wel eens "grondkinderen" genoemd. Ze zitten niet graag "gevangen" op een stoel maar spelen liever op de grond.

Peuters hebben dan ook een enorme behoefte aan vrijheid om te bewegen en te stoeien. Peuters zitten volop in de periode van het ontdekken van hun eigen lichaam en de wereld rondom hen. Ze zijn zeker niet geneigd om veel stil te zitten en zullen het dan ook niet lang op je schoot volhouden.
Hun ontdekkingsdrang kan soms leiden tot gevaarlijke experimentjes. Dingen uit elkaar halen, kapot maken en omver gooien zijn bij peuters aan de orde van de dag. Je kan dus maar beter gevaarlijke, kostbare en breekbare dingen een beetje aan de kant zetten. Naast die behoefte , zeg maar drang, om veel te stoeien, te bewegen en met allerlei dingen bezig te zijn, stellen peuters ook hun zintuigen behoorlijk op de proef: ze willen alles zien, proeven, ruiken en aanraken...en ontdekken zo dat er dingen zijn waar ze beter af blijven.

Taal
Peuters zijn ook enorme babbelaars. Ze kunnen uren tateren, zomaar in hun eentje. Bovendien willen ze heel veel nieuwe woordjes leren en de woordjes die ze horen imiteren. Ze vinden het ook vreselijk frustrerend als grote mensen niet begrijpen wat ze zeggen. Maar hoe kan het ook anders als een groot deel van de woorden die ze zeggen resultaat zijn van hun eigen fantasie of van een slechte nabootsing van wat ze ergens hebben opgepikt.

Sociaal
Op het sociale vlak beweegt er ook heel wat op peuterleeftijd. Peuters spelen heel graag met van alles en beginnen de dingen die ze rondom hen vinden, te verzamelen. Gelijktijdig ontwikkelt er zich evenwel ook een "dit is van mij"-periode. Ze zijn nogal eigenzinnig en egocentrisch: alles moet zoals zij het willen en gebeurt vanuit hun standpunt. Als je iets van hen gedaan wil krijgen, is het soms beter hun nieuwsgierigheid te prikkelen dan hen van alles te dwingen. Toch zijn peuters, ondanks al die zelfstandigheid nog steeds op zoek naar een veilige thuishaven. Ze mogen dan al alles rondom hen verkennen, tegelijk maakt het hen ook een beetje bang en dan komen ze graag veilige beschutting bij jou zoeken. Ook in een zekere regelmaat en routine vinden ze die noodzakelijke veiligheid. Het zijn dan ook echte gewoontediertjes.

Verstand
Voor een peuter duidt één bepaald woord nog altijd één bepaald, concreet voorwerp aan. Hij of zij is met andere woorden nog niet echt in staat om te denken in ruimere categorieën. Ook allerlei maten zijn voor peuters nog niet bekend. Een laatste vaststelling op verstandelijk vlak tenslotte is dat peuters de neiging hebben om menselijke gevoelens (diegenen die ze zelf kennen) over te dragen op voorwerpen en dieren. Een blaffende hond is een stoute hond, een voorwerp waar ze tegenaan aanlopen evenzeer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen